Page content

Interviewtechnieken die het verschil maken

Interviewtechnieken die het verschil maken

Interviewtechnieken bepalen in grote mate de kwaliteit van de interviewdata en de conclusies die je hieruit kunt trekken. Het interview is een veelgebruikte kwalitatieve onderzoeksmethode. Interviews kunnen gestructureerd zijn (vaste vragen in vaste volgorde) of ongestructureerd. Veelal wordt voor een semigestructureerde variant gekozen, waarbij de (open) vragen wel vast staan, maar wel vrij ruim van opzet zijn en geen vaste volgorde kennen. Een interview bestaat veelal uit open vragen, wat de respondent veel speelruimte geeft voor eigen inbreng en toelichting. Ook heeft de interviewer de gelegenheid om door te vragen. Dit kan ‘rijke’ data opleveren over de onderliggende mechanismen van fenomenen en gebeurtenissen. Een interview kan veel verschillende antwoorden opleveren waar je zelf patronen in dient te ontdekken, waar je vervolgens conclusie uit trekt (zie paragraaf ‘analyseplan ontwikkelen’ verderop in dit hoofdstuk). Interviews leveren dus data op die in vergelijking met enquêtes in relatief grote mate onderhevig is aan subjectiviteit en interpretatie. Een nadeel van interviewen is dat het tijdrovend is: het kost tijd om geschikte kandidaten te vinden, afspraken hiermee te maken, de interviews voor te bereiden, de tijd te nemen om iemand op een professionele manier te ondervragen en vervolgens de interviews te transcriberen.

Vier essentiële interviewtechnieken

Onderstaand vier interviewtechnieken die het verschil maken om zoveel mogelijk uit een interview te halen:

  • Rapport creëren: rapport [uitspraak: rà-poor] is een staat van onderlinge verbale en non-verbale betrokkenheid. Wanneer je rapport creëert is de kans een stuk groter dat de respondent jou vertrouwt, openhartig is en jou het volledige verhaal gunt. Dit maakt doorvragen laagdrempeliger of zelfs overbodig. Wanneer je rapport hebt is het ook makkelijker om de leiding te nemen en het gesprek te sturen. Op verbaal niveau kun je rapport creëren door bijv. woordgebruik, zinswendingen, stemgebruik (snelheid, toonhoogte, volume, intonatie) over te nemen. Op non-verbaal niveau kun je mimiek en gebaren overnemen door bijv. het spiegelen van been- en armhouding en ademritme (overdrijf niet).
  • Doorvragen: wees niet bang om door te vragen wanneer een respondent niet het hele verhaal verteld of vaag is in met taalgebruik: ‘kunt u dat nader toelichten?’, ‘wat bedoelt u daar precies mee?’, ‘wat is een …?’, ‘kunt u daar een concreet voorbeeld van geven?’, ‘wat vindt u daarvan?’ Op de juiste wijze doorvragen zorgt ervoor dat de interview data van een betere kwaliteit is en je er niet achteraf achter komt dat je eigenlijk niet echt antwoord hebt gekregen op jouw vragen. Het creëren van rapport helpt hier zeker bij. Tevens vergt dit een goede voorbereiding en een actief luisterende houding.
  • Checklist meenemen: het spreekt redelijk voor zich, maar het is aan te bevelen om een lijst met vragen/onderwerpen naar het interview mee te nemen en deze gedurende het gesprek af te vinken, zodat je zeker weet dat alles behandeld is.

    Comment Section

    0 reacties op “Interviewtechnieken die het verschil maken

    Plaats een reactie


    *